Ons avontuur in Myanmar

2 November 2013

10 reacties

Door: Kris Compiet

Terwijl de eerste nachtvorst bij jullie misschien al weer voor de deur staat, liggen wij zwetend in een Thaise stoel te lurken aan een vers geperst passievruchtensappie. Maar we hadden het verdiend, na een reis van maarliefst 22 uur zijn we gisteren vanuit Myanmar in Ayutthaya aangekomen. Een maand lang hebben we genoten van Myanmar; van haar kleurrijke cultuur vol gouden pagoda’s en immense buddha’s tot de glimlachende, gastvrije Birmezen in hun longyi’s met hun eeuwige kopjes thee. De groener dan groene natuur vol met bloeiende en en de fotogenieke monnikjes op elke straathoek: een prachtig land…

Maar al dit moois heeft ook een keerzijde. Ondanks dat in 2011 een ‘democratisch’ gekozen regering de militaire junta heeft vervangen, heerst er nog veel onvrede over de gang van zaken. Er heerst nog grote onrust in veel delen van het land en die delen zijn dan ook niet toegankelijk voor toeristen. Door een jarenlange boycot van de westerse wereld leefden de Birmezen jarenlang in isolement. Nu de meeste sancties en het handelsembargo zijn opgeheven, wordt het isolement langzaam doorbroken. Langzaam komt verbetering, maar nog steeds leeft 30% onder de armoedegrens, zijn elektriciteit, riolering, pinautomaten en geasfalteerde wegen niet vanzelfsprekend en maken paard en wagen, ossenkarren en zelf geknutselde tractoren deel uit van het straatverkeer. Denk er in elke tuin een varken of 2, een schijthuisje en een paar rondscharrelende kippen bij; welkom terug in de middeleeuwen.

We begonnen onze trip in Yangon, ofwel Rangoon, de voormalige hoofdstad van Myanmar. Vanuit Yangon zijn we naar de Golden Rock gegaan, een gouden stupa bovenop een gouden steen bovenop een berg die op een bizarre manier in balans blijft. De pelgrimstocht naar boven (een stevige klim van 6 uur) hebben we helaas niet volbracht omdat het donker werd, maar de steen was wel bijzonder. Daarna zijn we naar Mawlamyine vertrokken, de 3e stad van Myanmar. Niet zo heel veel toeristen komen daar, dus de mensen vonden het geweldig om ons te zien en hun engels te oefenen met ons. Tijdens een tripje naar een eiland voor de kust met onze hoteleigemaar en een groep Fransen, werden we uitgenodigd voor een lunch bij een familiefestijn. Ondanks de taalbarriere hebben we heel gezellig gekletst en werden we verwend met lekker eten en vooral heel veel lieve glimlachjes. Vanuit Mawlamyine zijn we naar Bago gesjeesd waar we een dagje achter op een scooter bezoekjes hebben gebracht aan tempels, pagoda’s en wederom de lokale bevolking voor een heerlijk kopje thee of 2.

Vanuit Bago zijn we met een ijskoude nachtbus naar Kalaw gereden, waar we midden in de nacht gesloopt aankwamen. Na een dagje chillen begonnen we aan onze 3 daagse trektocht naar Inle Lake samen met 2 Canadese meiden. We kwamen door allerlei dorpjes waar inheemse stammen wonen en waar we, uiteraard, overal een lekker kopje thee kregen aangeboden. We sliepen de eerste nacht bij onze gids thuis, boven de varkens en de tweede nacht sliepen we bij een familie boven de koeien. Bizar om te zien hoe de mensen leven, in een bamboe hutje dat ze samen met het dorp hebben getimmerd (terwijl het in de winter rustig ‘s nachts kan vriezen), met als enige meubels een altaar, wat rieten matjes en een tafeltje, douchen met water uit een put, of in de rivier. Stroom is er niet of komt uit batterijen en eten komt van het land, of van je koe, kip of varken. Slapen doe je tussen zonsondergang en zonsopkomst en elke vorm van comfort is een onbekende luxe. De natuur en het meer waren prachtig, de mensen superlief en gastvrij en het was een unieke ervaring waar we allebei erg gelukkig van werden. Toch vonden we het heel fijn om na 3 dagen weer lekker te kunnen slapen in een echt bed en warm te kunnen douchen, want westerse luxepaarden zijn we nou eenmaal… Alsof we nog niet sportief genoeg waren geweest huurden we een fiets om een rondje om het meer te maken. Onderweg bezochten we een paar pagoda’s, dronken we natuurlijk de nodige kopjes thee, gingen we naar de hotsprings en deden we een wijnproeverij bij een lokale wijnboer. Na 4 maanden zonder wijn ging dat er in als zoete koek! Ook hebben we nog een Birmese kookworkshop gedaan waar we onder andere een heerlijk visje hebben gebakken.

Vanuit Inle Lake pakten we gewapend in al onze kleren wederom een nachtbus naar Mandalay, wat jarenlang de hoofdstad is geweest van Birma. Tijdens een scootertripje met onze lieve gids Meow (“like the cat”) bezochten we alle hoogtepunten in de omgeving: ruïnes, kloosters, pagoda’s en tempels die een beeld schetsten van de rijkdom en de macht van deze streek voordat de Engelse kolonisten kwamen. Na de zonsondergang stak iedereen ter ere van het festival of lights kaarsjes aan in de pagoda en voor z’n huis om daar lekker de hele avond samen naar te gaat zitten kijken. Het was heel gezellig en romantisch tot dat een paar snotapen rotjes af gingen steken en onze trommelvliezen doorboorden.

Vanuit Mandalay vertrokken we met een vrij bijzondere Amerikaanse gepensioneerde vrouw in een gedeelde taxi naar Pyin Oo Lwin, in de bergen. Daar bezochten we de botanische tuinen die aangelegd zijn door de Engelsen. Een bizarre gewaarwording: netjes gemaaid gras met prachtige bloemen, vijvers en grote bomen, een oase van rust en verkoeling dat slecht rijmt met de rest van de broeierige Birmese chaos. Met een vooroorlogs boemeltreintje (boemeltrein is zacht uitgedrukt, het leek meer op een rodeorit waarvan je zeeziek wordt) hobbelden we verder door prachtige landschappen naar het bergdorpje Hsipaw. Daar vielen we wederom met onze neus in de boter: het jaarlijkse festival waarbij de hele omgeving in een dansende processie hun offers naar het klooster brengt was net bezig. Het had veel weg van een carnavalsoptocht, met versierde wagens en dronken hossende mensen. Wel zonder polonaise. In Hsipaw hebben we nog een eindje gewandeld en verder lekker gechilld.

En toen was het tijd voor onze laatste stop, de kers op de taart, Bagan. Het grootse buddhistische tempelcomplex ter wereld. Omdat we redelijk kapot waren van de actieve weken, namen we een lekker hotelletje met zwembad en huurden we een paar fietsen om in 6 dagen tijd op ons dooie akkertje de omgeving en het zwembad te verkennen. Allemachtig, wat een pracht en praal. Vooral de zonsondergang vanaf een tempel maakte ons wel eventjes stil. Kijk maar naar de foto’s, dan snap je het wel.

Birma was geweldig. Ondanks de onrust die er heerst, zijn de mensen zo lief dat je gelukkig kan worden door alleen maar om je heen te kijken. Hopelijk stabiliseert de politieke situatie wat verder en krijgt de bevolking wat meer inspraak. Een ding is zeker, wij komen terug…

Ps. De foto’s zijn wederom te vinden op Facebook

10 Reacties op “Ons avontuur in Myanmar”

Reageer op Liesbeth Lanser

Deze wordt niet weergegeven