Cambodja: van hel op aarde tot aards paradijs

We blijven telkens een klein beetje achter de feiten aanlopen, omdat we zo ontzettend druk zijn met leuke dingen doen dat we het schrijven van blogposts en het uitzoeken van foto’s telkens weer voor ons uitschuiven, maar niet getreurd, je leest dit, dus we hebben ons er weer toe weten te zetten 😀

We pakken de draad weer op waar we een dikke maand geleden waren gebleven: Kris haar family vloog op 17 januari vanuit Ho Chi Minh City weer terug naar Nederland en wij pakten de volgende ochtend de bus naar het volgende land, nummero 9 van de trip: Cambodja. De eerste dagen brachten we door in de hoofdstad Phnom Penh, waar we ons verbaasden over de openbare armoede, de vele oudere mannelijke toeristen met jongere Cambodjaanse vrouwen, en bovenal over de bizarre gruweldaden die gepleegd werden onder het Khmer Rouge regime van Pol Pot. Deze intelligente despoot en extremistisch Maoïst wist in vier jaar tijd één derde van de Cambodja bevolking om te brengen, zowel met geweld als door uitputting en uithongering gedurende de dwangarbeid waar de gehele bevolking aan mee moest doen. De memorial sites in Phnom Penh, de bekende Killing Fields en de Tuol Sleng (S-21) gevangenis maakten ons misselijk en stil. De rest van de maand in Cambodja werden we overal passief en actief geconfronteerd en herinnerd aan de gevolgen van deze periode van onderdrukking: van elke Cambodjaan wist je dat als hij van voor 1979 was, hij ofwel volslagen onderdrukt 33% van zijn vrienden en familie had verloren, of lid was geweest van de Khmer Rouge (en ook dan veel vrienden en familie verloren had). Erg indrukwekkend.

De anderhalve week na Phnom Penh stonden in het teken van de briljante beschaving die Cambodja kende in de vroege middeleeuwen. We bezochten de tempels en ruïnes van Sambor Prei Kuk (Sambal Prei Kut onthoudt makkelijker) en uiteraard vooral Angkor Wat, het grootste tempelcomplex ter wereld, waar nog reusachtige tempels met prachtige versierde muren staan uit de 10e en 11e eeuw, maar ook supergave overwoekerde ruïnes, die meteen doen denken aan Indiana Jones en mede daarom ook werden gebruikt als set voor de opnames van Tomb Raider. Hoogtepunten waren Angkor Wat zelf, wellicht de bekendste oude tempel ter wereld, het Bayon (de Bafhond, je moet toch iets om die tempels uit elkaar te kunnen houden) met zijn 255 gebeeldhouwde boedhagezichten op de grote torens en uiteraard de kleinere tempels waar de jungle het van de stenen had gewonnen en waar de bomen uit de muren en daken groeide. Tevens hadden we in Siem Reap, de grote plaats bij Angkor Wat, een lekker hotelletje met een zwembad, dus we hebben ons hier bijna een week prima vermaakt :]

We vervolgden onze tocht met een bootreis van Siem Reap naar Battambang, over het Tonle Sap-meer, door heel veel drijvende dorpjes, dorre akkerlanden, armetierige hutjes aan de kades en heel veel zwaaiende kinderen. Battambang was een verademing na de Lange Leidsedwarsstraat-sfeer die er in Siem Reap hing. Veeeeel minder toeristen, wel veel NGO’s, met daardoor ook veel leuke, hippe, koffietentjes en restaurantjes en een gruwelijke NGO-circusschool van Cirque du Soleil-achtige klasse. Bovenal was het een ‘normale’ Cambodjaanse plattelandsstad, met grote markten, veel lokaal streetfood en een mooie omgeving die we op de scooter hebben verkend.

We hadden voordat we Cambodja binnengingen al met elkaar afgesproken dat we, voordat we naar het kustloze Nepal zouden vertrekken, het er nog flink van zouden nemen aan de skitteronde Cambodjaanse kust, en dat we hebben we dan ook gedaan. Na Battambang hebben we ons twee gelaafd aan enkele van de mooiste stranden die we deze reis hebben gezien. Van Battambang eerst naar Kep, befaamd vanwege de overheerlijke krabbetjes die ze in grote getale vangen, naar Rabbit Island oftewel Koh Tonsay, een eiland een half uurtje uit de kust van Kep met slechts simpele bamboehutjes op het strand, naar Kampot waar we bijna een week in fantastisch Frans guesthouse (The Greenhouse) aan een rivier in de hangmatten hebben gelegen, naar Sihanoukville en Koh Rong Samloem, het eiland met het meest perfecte bountystrand / zwitserlevengevoel dat we in al die maanden hebben gezien. Helaas mochten we maar 30 dagen in het land blijven, zodat we 17 februari vanuit Koh Kong voor de 4e keer de grens met Thailand weer overstaken. Als kers op de taart hadden we toen nog zes dagen om het Thaise eiland Koh Chang een echt einde te breien aan deze overdaad van mooie stranden, rivierplekjes en eilandhutjes.

Via Bangkok vlogen we 23/2 naar Kuala Lumpur in Maleisië, waar we nog 2 dagen hadden om Westers te shoppen en lekker Maleisisch te eten, om 26 februari naar Kathmandu te vliegen. Daarover, beste mensen, vertellen we jullie de volgende keer meer. Hasta la pasta, tot de volgende villa.

Ps. En anderenmaals zijn de foto’s te vinden op Facebook